


Bomenbuurt
Tijdens de 1e wereldoorlog stagneerde de bouw van huizen om 2 redenen: het gebrek aan bouwmaterialen en arbeidskrachten en de politieke situatie. In 1919 worden de verkiezingen gewonnen door de sociaal democraten met hun SDAP, een partij die vooral opkwam voor de arbeiders. Gemeenten met woningnood konden aanspraak maken op rijksgelden voor de bouw van eenvoudige woningen en mede hierdoor kon Schoten een groot aantal (arbeiders)woningen bouwen. In 1917 werd er door de woningbouwvereniging Eigenhaard begonnen met de bouw van de eerste huizen ten westen van de Rijksstraatweg . De Schoterboschstraat verwijst naar het grondgebied waarop de nieuwe huizen werden gebouwd, de andere straten kregen namen van bomen. Door samenwerking van de woningbouwverenigingen St. Bavo, Volkshuisvesting en Eigenhaard werd er met rijksgeld grote delen van de Bomenbuurt gebouwd. In 1920 ontwierp architect Z. Gulden een drietal woonblokken rondom een plein in stijl van de Amsterdamse School: het Kastanjeplein. Het plein was een nieuw element in de stedenbouwkundige ideeën van de jaren '20 en werd gezien als ruimtelijke onderbreking van lange rijen huizen en middelpunt van het sociale leven. De pleinen maken de stratenloop in dit nieuwe deel niet altijd overzichtelijk, maar wel verkeersarm. Een aantal bredere wegen (Marnixstraat, Middenweg, Pijnboomstraat) zorgen voor de hoofdverkeersstroom.
