______________________________________________________________________________________________________

Vervoer

 

De stoomtram van de TN

 

De stoomtram van de TN Voor de snel groeiende bevolking van de nieuwe wijken die begin 1900 in de gemeente Schoten gebouwd werden was er al vanaf het begin de ’luxe’ van een heuse tramlijn die het werk, veelal in de Haarlemse industrie, bereikbaar maakte. De in 1896 geopende interlokale stoomtram Haarlem-Alkmaar werd geexploiteerd door een Belgische Maatschappij ( Société Anonyme Belge des Tramways Neérlandais, kortweg TN). De tram vertrok van het Kennemerplein in Haarlem en reed via de Schoterweg, Rijksstraatweg naar de Velser pont over het Noordzeekanaal , waar de tram met de pont werd overgezet en zijn weg tot aan Alkmaar vervolgde. De ‘luxe’ was weliswaar betrekkelijk, want de tram was erg sober van inrichting en de snelheid lag laag, maar alles was beter dan lopen. Toch moest er wel gelopen worden want tussen de Jan Gijzenvaart en het Kennemerplein was slechts een halte, ter hoogte van de rooms-katholieke Begraafplaats St. Barbara. Met de overname van de Haarlemse paardentram door de NZHTM werden de paarden vervangen door een moderne, luxueuze, elektrische stadstram. Deze werd speciaal ten behoeve van de nieuwe woonwijken in het zuidelijk deel van Schoten doorgetrokken tot de rooms-katholieke Begraafplaats St.Barbara waar ook de nieuwe remise werd opgericht. Gezien de voortgaande woningbouw in het noordelijke deel van de gemeente Schoten werden er plannen gemaakt om de stoomtram ook tot ‘stroom’tram om te bouwen. De Eerste wereldoorlog zorgde voor vertraging en in de periode vlak na de oorlog deed de snelle opkomst van vele kleine busmaatschappijen beseffen dat er geen toekomst meer was voor de tram in het noordelijk deel. Op 8 april 1924 rijdt de laatste tram richting Velsen-Noord, en neemt de bus de vervoerstaak over. De tramrails wordt snel daarna verwijderd om ruimte te maken voor een bredere Rijksstraatweg.

 

Stoomtram

Het Busvervoer

 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was voor de verplaatsing van groepen militairen al met succes overgegaan op vervoer per automobiel. Ook na de oorlog zag men de grote voordelen van dit vervoersmiddel, en met name de eenvoudige inzet en het feit dat overal gestopt kon worden maakten dat er snel en veel kleine busbedrijven werden opgericht, vaak gebruik makend van de oude oorlogsvoertuigen. Door het ontbreken van enige vorm van overheidsreglementering kon aanvankelijk iedere ondernemende burger een buslijn beginnen als hij zijn auto geschikt maakte voor het vervoer van meerdere personen.Begin jaren twintig leidde dit, ook in Schoten, tot nogal chaotische toestanden en daarom werden deze jaren wel getypeerd als de tijd van de ‘wilde bussen’. Bekende Schotense busbedrijven waren De Eerste Schotense Autobusdienst van de heer H.N.Mastenbroek, en het bedrijf van de gebroeders Roodt , maar ook de cremekleurige bussen van Stormvogels uit IJmuiden reden in Schoten. Meest bekend waren de grote bussen van de Haarlemsche Brockway Bus Mij, opgericht op 15 december 1925. De naam Brockway kwam van de truckfabrikant Brockway die het onderstel met motor voor de bus leverde.

 

Brockway

 

De bovenbouw van de bus werd in die jaren vaak in eigen beheer gebouwd, ook bij de HBBM waren een aantal bussen in dienst die in de eigen werkplaats in Heemstede waren opgebouwd. De imposante bussen hadden allemaal vogelnamen en de Brockway’s hebben allemaal gereden met een vogeltekening op hun donkergroene kleur. De maatschappij deed goede zaken en groeide mee met de bevolkingsgroei in Haarlem en Schoten. In 1937 waren er al 18 bussen in dienst en had ze een belangrijk aandeel in het stadsvervoer in en rond Haarlem. De NZHTM , die als concurrent naast de HBBM haar eigen lijnen had, groeide eveneens uit tot een grote maatschappij door de kleinere maatschappijen over te nemen. De tweede wereldoorlog bracht een zware slag toe aan de busmaatschappijen, vele bussen werden gevorderd zowel voor eigen militair transport alsook door de bezetter en vele werden vernield. De HBBM had zelfs bussen in het zuiden van Nederland ‘verstopt’, letterlijk soms onder het stro bij een boer. Hierdoor kon men al snel na de bevrijding een beperkte dienst hervatten. Toch ontkomt ook de ‘grootste’ kleine maatschappij niet aan overname door de NZHTM en op 1 april 1947 valt het doek voor de HBBM.

NZHTM Bus