


Vervoer
De stoomtram van de TN
De stoomtram van de TN Voor de snel groeiende bevolking van de nieuwe wijken die
begin 1900 in de gemeente Schoten gebouwd werden was er al vanaf het begin de ’luxe’
van een heuse tramlijn die het werk, veelal in de Haarlemse industrie, bereikbaar
maakte. De in 1896 geopende interlokale stoomtram Haarlem-
Het Busvervoer
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was voor de verplaatsing van groepen militairen al met succes overgegaan op vervoer per automobiel. Ook na de oorlog zag men de grote voordelen van dit vervoersmiddel, en met name de eenvoudige inzet en het feit dat overal gestopt kon worden maakten dat er snel en veel kleine busbedrijven werden opgericht, vaak gebruik makend van de oude oorlogsvoertuigen. Door het ontbreken van enige vorm van overheidsreglementering kon aanvankelijk iedere ondernemende burger een buslijn beginnen als hij zijn auto geschikt maakte voor het vervoer van meerdere personen.Begin jaren twintig leidde dit, ook in Schoten, tot nogal chaotische toestanden en daarom werden deze jaren wel getypeerd als de tijd van de ‘wilde bussen’. Bekende Schotense busbedrijven waren De Eerste Schotense Autobusdienst van de heer H.N.Mastenbroek, en het bedrijf van de gebroeders Roodt , maar ook de cremekleurige bussen van Stormvogels uit IJmuiden reden in Schoten. Meest bekend waren de grote bussen van de Haarlemsche Brockway Bus Mij, opgericht op 15 december 1925. De naam Brockway kwam van de truckfabrikant Brockway die het onderstel met motor voor de bus leverde.
De bovenbouw van de bus werd in die jaren vaak in eigen beheer gebouwd, ook bij de HBBM waren een aantal bussen in dienst die in de eigen werkplaats in Heemstede waren opgebouwd. De imposante bussen hadden allemaal vogelnamen en de Brockway’s hebben allemaal gereden met een vogeltekening op hun donkergroene kleur. De maatschappij deed goede zaken en groeide mee met de bevolkingsgroei in Haarlem en Schoten. In 1937 waren er al 18 bussen in dienst en had ze een belangrijk aandeel in het stadsvervoer in en rond Haarlem. De NZHTM , die als concurrent naast de HBBM haar eigen lijnen had, groeide eveneens uit tot een grote maatschappij door de kleinere maatschappijen over te nemen. De tweede wereldoorlog bracht een zware slag toe aan de busmaatschappijen, vele bussen werden gevorderd zowel voor eigen militair transport alsook door de bezetter en vele werden vernield. De HBBM had zelfs bussen in het zuiden van Nederland ‘verstopt’, letterlijk soms onder het stro bij een boer. Hierdoor kon men al snel na de bevrijding een beperkte dienst hervatten. Toch ontkomt ook de ‘grootste’ kleine maatschappij niet aan overname door de NZHTM en op 1 april 1947 valt het doek voor de HBBM.
