______________________________________________________________________________________________________

             ie de geschiedenis van de gemeente Schoten wil schrijven, moet eigenlijk beginnen in de tijd dat de
heerlijke rechten werden afgeschaft en voor het eerst, in plaats van ‘Schoter ambacht’ enz., de naam ‘Schoten
en Gehuchten’ officieel werd gebruikt. Dit is geweest omstreeks 1798. En dan zou zijn relaas slechts een
tijdruimte van 130 jaar beslaan, want op zondag 1 mei 1927 is de gemeente voorgoed verdwenen om op te gaan
in Haarlem-Noord.

Het grote groene gebied ten noorden van Haarlem was eens onderverdeeld in zeven heerlijkheden. Elk van de
zeven heeft zo haar eigen geschiedenis. Maar van deze meeste ambacht heerlijkheden is vrij weinig bekend
vanwege hun ‘geringheid’, maar ook door het feit  dat er van het oud-archief Schoten veel verloren is gegaan.
Toen dit in 1927 naar Haarlem werd overgebracht deed men het in vuilniszakken. Het werd opgehaald met
vuilniswagens en een paard en wagen van een oudijzer handelaar. Zonder enig controle, zodat iedereen zo
toegang had in de zeldzame gegevens van het oude dorp.

De oude geschiedenis dus is die van zeven heerlijkheden.  De namen daarvan hebben voor ons een bekende
klank, omdat ze ‘verwerkt’ zijn in straatnamen. Vanaf de stad Haarlem waren dit Zuid-Akendam, Hogerwoerd,
Schoterbosch, Zaanen, Schoten, Schotervlieland en Noord-Akendam.
Hoe ontstond nu een ambachtsheerlijkheid? De graven van Holland konden adellijke personen met een stuk
grond belenen. En wanneer de graaf vrijwel geheel of slechts gedeeltelijk van zijn gezag afstand had gedaan, dan
werd zo’n stuk land een heerlijkheid genoemd.
De heerlijkheid was meestal erfelijk bezit. Wanneer de overgedragen macht zich tot de lage  jurisdictie beperkte,
dan was de bezitter ambachtsheer. Aan zo’n positie waren verschillende rechten verbonden. De ambachtsheer
had b.v. de bevoegdheid, binnen zijn rechtsgebied functionarissen aan te stellen zoals schout, schepenen,  en
bode. Soms mocht hij ook, zij het dan beperkt, belasting heffen.
De heerlijkheden in het land van Schoten stonden voor een groot deel onder de machtige bescherming van de
heren van Brederode, die tevens de eigenaren waren van Schoten en de beide Akendammen. Het baljuwschap
van Brederode was een uitgestrekt rechtsgebied, dat na het overlijden van de laatste telg uit dit geslacht, Wolfert
van Brederode, in 1699, aan de grafelijkheid van Holland verviel.
De ambachten bleven afzonderlijk rechtsgebied onder eigen bestuur, totdat de staatsregeling van 1798 alle
heerlijke rechten afschafte. Met de Bataafse Republiek werd ook hier een streep onder gezet. Dan spreekt
spreekt de schout David Hoeufft, namens de ingezetenen  van de zeven heerlijkheden, de hoop uit dat de
“gulden spreuk Vrijheid, Gelijkheid, Broederschap nu en voor altoos onder de ingezetenen  moge plaats
hebben”. En zo is dan de gemeente Schoten ontstaan.
Het is trouwens moeilijk, de juiste grenzen van zo’n Schoter heerlijkheid te bepalen. Vaak werd er n.l. voor de
begrenzing gebruikt gemaakt van natuurlijke punten in het veld. En die punten zijn door de huidige bebouwing
niet meer terug te vinden. Zo werd de noordgrens van Haarlem als volgt omgeschreven:

Buyten de Cruyspoort compt de vrijdomme van Haerlem tot aen het huys van Pieter de Bois, wezende ’t
huys benoorden de Leprozen, loopende soo recht naer ’t Sparen, ende over ’t Sparen op de Houck van de
vaert by ’t rack heen de liescamp tot aen ’t huys van de voors. Florisz Janz. Broer.

Noord-Akendam

De twee ambachten Noord en Zuid-Akendam kunnen wij kop en staart noemen van hetgeen later de gemeente
Schoten zou worden.
Als oude benaming Akendam wordt wel ‘Adikendam’ gegeven. Maar deze opvatting berust op een verkeerd
lezen van het oude schrift, en leidde tevens tot een geforceerde verklaring van de naam. Men nam aan dat er
van Haarlem naar Santpoort een dijk liep, de A-dijk geheten, en dat aan het begin en eind van deze dijk de twee
heerlijkheden lagen die daaraan hun naam zouden hebben te danken, A-dijkendam.

Zo leest men het o.a. in F. Allan’s eerste deel:

Houdt men zich aan Aeckendam, dan blijkt de naam doorzichtig, evenals Zaandam en Amsterdam. Deze
beide wijzen immers op een dam in een waterloop. Een ook Aeckendam behoort tot deze kategorie.

Zo zien wij van tijd tot tijd Akendam genoemd in de geschiedenis. Met verschillende schrijfwijzen: in een stuk
over het Leprozenhuis uit 1413 leest men, dat de leprozen ‘sullen comen tot ’t Kapel van Sint Jacob in de
streken van Dykendam’.

Noord-Akendam werd begrensd door de Delft, Schotervlieland, de Vergierdeweg en de Slaperdijk, tót de
Westlaan. Het lag waar zich nu aan de Vergierdeweg de begraafplaats bevindt. Tegenover begraafplaats
‘Akendam’  ligt nu nog, op een wat hoger stuk land dat  ‘de Plaat’ wordt genoemd, de oude boerderij Noord-
Akendam.
In de transportregisters worden verschillende huizen en landerijen te Noord-Akendam in den brede vermeld. In een  akte van 1758 wordt er gesproken van een herberg ‘de Prince van Rubempre’, en nog in 1772 had het
adellijk geslacht van Rubempre in Schoten land in eigendom.  Omstreeks diezelfde tijd is er sprake van een hofstede het ‘Lindenhuys’ geheten.

Schotervlieland

Ook de heerlijkheid Schotervlieland was betrekkelijk groot. Zij strekte zich ten noorden van de Schotervliet uit
en werd ten oosten en westen begrensd door het Spaarne en de Delft.
Het tweede gedeelte van de naam, de uitgang ‘vlieland’ zou kunnen wijzen op een laag terrein waar water
overheen stroomt. Dit was een soort vluchtheuvel, die men kon gebruiken als het water over de Velzerdijk
stroomde en het land, tot aan Haarlem toe, onderwater liep, hetgeen nogal eens gebeurde.

Op den 14 en 15 november 1775 rees het water van het IJ 93 duim boven het peil, en vloog met een
stortvloed over den Slaperdijk heen, al de landen rondom Haarlem overstromend.

De oudst bekende gegevens van Schotervlieland dateren van 1414. Op donderdag 1 augustus 1414 wordt
Barthout van Assendelft door Graaf Willem beleend met de ambachtheerlijkheid van Vlieland.
Uit het geslacht van Assendelft is het in 1470 gekomen aan Gerrit van Berkenrode, die het van Albrecht van
Assendelft verkreeg. Nog in 1545 wordt deze Gerrit van Berkenrode als ambachtsheer genoemd.
In 1621 verkreeg de laatste heer van Berkenrode de heerlijkheid.

Dirck van Haerlem van Berkenrode, Heer van Berkenrode, Schotervlieland ende Linden, verlijdt met de
gemelde Leen goederen maandag den 7den Mei 1621, jongman, ende eenig mans-oir van dit oud, edel
ende vermaerd geslachte van Haerlem.

Toen in 1640 Dirck van Brederode stierf zonder mannelijke nakomeling, verviel de heerlijkheid aan de Staten
van Holland.

De heerlijkheid bezat geen eigen rechtbank, maar verviel onder Schoten. Wel bezat zij een eigen schout; de
oudst bekende, Pieter Gerritszoon, wordt in 1576 genoemd. In dat zelfde jaar waren Arjan Claeszoon en Jan
Willemszoon er schepenen. Veel later in 1647 was Daniël de Keijser schout en secretaris. Hij werd gesteund
door vijf schepenen; Jan Dirckszoon, Cornelis Gijsbertszoon, Cornelis Arissen Dreger, Symon Teunissen en
Jan Dircksen Roothooft.

Als laatste eigenaar van Schotervlieland, voordat de heerlijkheid in de gemeente Schoten zou worden
opgenomen, wordt dan nog omstreeks 1804 genoemd de familie Hooft van Vreeland. Volgens een telling,
gedaan in 1817, bedroeg het aantal inwoners van Schotervlieland toen 48 zielen.

Merkwaardig is het stuk dat betrekking heeft op de nalatenschap van Willem Aris Hoek, gewoond hebbende in
Schotervlieland. Het stuk, dat gedateerd is op woensdag 24 mei 1810, legateert

Ten behoeve van de Roomsch Katholieke Kerk van Schooten en Gehugten, het stuk land genaamd ‘de
Roosen’ gelegen onder de banne van Schotervliet

Hier blijkt overduidelijk uit dat er toen reeds een kerkgemeenschap bestond in Schoten. En aansluitend op de
schenking van Willem Aris Hoek, verklaren in 1810 de kerkmeesters van Schoten, Pieter Schoorl en Gijsbert
van der Peet, ontvangen te hebben een stukje land.

Gelegen op en onder Schotervlieland groot één morgen, tweehonderd roe; rentende aan huurpenningen;
f. ……. welke penningen moeten worden besteed tot instandhouding der Roomsch Catholieken Godsdienst
op Schooten; alsmede van deeze huurpenningen moeten afgezonderd worden vijf gulden, en aan den Heere Pastoor te Velsen ter hand gestelt worden omme daarvolgens op den tweeden Woensdag nae kersttijd te
Schooten een jaargetijde te houden, voor alle gelovige zielen aldaar overleeden.

Zaanen

De geschiedenis van de heerlijkheid Zaanen gaat vele eeuwen terug, want reeds vóór 1296 regeerden de heren
van Zaanen, van de ‘Zaan’ tot aan de ‘Vreetsloete’  die omstreeks 1437 verbreed werd en toen de Delft werd
genoemd. Deze Delft, een vaart in het tegenwoordige Haarlem-Noord, vormt vandaag de dag nog steeds een
afscheiding tussen Haarlem en Bloemendaal.  Dit grote gebied van de heren van Zaanen zou later teruggebracht
worden tot een klein ambachtje, een van de zeven ambachtjes tussen de stad Haarlem en de Slaperdijk.

Het geslacht Zaanen behoorde tot de oudste en aanzienlijkste geslachten van Holland.

A.J. van der Aa registreert over het ambachtje heel zakelijk.

…. Bestaande uit enige verspreid liggende woningen, beslaat volgens het kadaster een oppervlakte van ruim
24 bunder belastbaar land, telt 3 huizen bewoond door 5 huisgezinnen uitmakende een bevolking van ruim
20 inwoners die meest hun bestaan vinden in de landbouw. De inwoners die allen Rooms Katholiek zijn
parochieëren te Schoten. Men heeft in deze heerlijkheid geen school, maar de kinderen  genieten onderwijs
te Schotervlieland.

Schoterbosch

Hoe men aan de naam Schoterbosch is gekomen? Heel eenvoudig: het was een heerlijkheid in de bosrijke
omgeving van Schoten. In de akte is dan ook dikwijls sprake van bos, boomgaarden en houtland.
Schoterbosch werd begrensd ten noorden door Zaanen ten oosten door het Spaarne, ten zuiden door
Hogerwoerd en ten westen door de Delft.

Er is helaas maar weinig bekend uit de historie van deze heerlijkheid.

Schoterbosch gheleghen buyten der Stede Haerlem, werd aen H.M.Keyserinne Margarte, Gravinne van
Hollandt opgedragen, door Coen van Oostenrijck Cuysers soon, die ’t selve mette gronden ende landen van
dien, in den Jare dertien honderd drie-en-tachtig (1383) wederomme ontfanght, van de hoogh-gemeldte
Keyserinne, tot een onversterffelijck erf-leen.

Later kwam het in bezit van Herpert van Foreest (1417); Willem van Foreest (1459); Jacob van Borselen
(1514); Gerard van Schoterbosch (1608) en Johan van Overrijn van Schoterbosch, heer van Oudkarspel en
Koedijk (1638).

De oudste, vrij betrouwbare gegevens betreffende Schoterbosch, dateren van 1545. In dat jaar was Symon van
der Voerde schout van de heerlijkheid en er waren

‘49 haersteden ende daer is binnen 10 jaeren een huys ofgebrant dat onbetimmert blyft.

De bevolking van Schoterbosch was in die tijd arm, het waren maar eenvoudige landarbeiders van wie de
toenmalige fiscus geen vruchten kon plukken. De landlieden waren vrijgesteld van belasting op wijn en bier.
En ook sluisgeld van Spaarndam behoefde niet door hen betaald te worden.

De heerlijkheid Schoterbosch had een eigen rechtspraak en in het ‘regthuys’ heeft in de loop der eeuwen menig
schout zijn stem moeten laten horen. In de oudste schoutenlijst komt men de namen tegen van Daniël Gillis en
Hendrick de Keyser; Bannier van Nes, Jacob van Asseldelft en Adrianus Peltenburg. Hierbij moet worden
opgemerkt, dat ook de heerlijkheden Hogerwoerd en Zaanen onder de jurisdictie van Schoterbosch behoorden.
Het oude rechthuis van Schoterbosch heeft vermoedelijk gestaan ter hoogte van de Kastanjestraat en de
Pijnboomstraat, de juiste plaats is nu moeilijk te bepalen. In 1784 wordt er wel een beschrijving van gegeven,
maar met de huidige bebouwing kan men deze plaats niet meer terugvinden. In dat genoemde jaar wordt het
huis van een zekere Willem Aris verkocht. Het wordt als volgt beschreven:

Willem Aris’Huys en Erve zijn sedert veele Jaaren en nog ’t Rechthuis van Schoterbosch en Hogerwoert
alwaart het Geregt altoos kan vergaderen. Belent ten oosten en noorden de Heer Jan de Lanoy ten westen
’t Voetpad ten Zuyden ’t Spaanse Vaartje.

In latere jaren is dit rechthuis als herberg bekend geworden onder de naam ‘het Roode Kruys of het Wapen
van Schooten’.

Hogerwoerd

Evenals Akendam wordt ook Hogerwoerd vrij vroeg genoemd. Jan van Persijn, heer van Waterland, gaf deze
landen in 1336 in eeuwige erfpacht uit. De erfpacht werd echter in 1497 afgekocht.
Hogerwoerd werd ten oosten en ten westen begrensd respectievelijk door het Spaarne en de Delft.
De zuidgrens werd gevormd door Zuid-Akendam en de noordgrens door Schoterbosch.

In oude stukken wordt nimmer gesproken van de heerlijkheid, maar van ‘ín den banne van Hogerwoerd’.
Onder ban wordt verstaan een buurtschap die in een gebied de kleinste rechtsbevoegdheid bezat. Het kwam
vaak overeen met wat in andere delen van Holland een ambacht werd genoemd.
Hoe is de naam Hogerwoerd ontstaan? Het element woerd’ is afkomstig van het Oud Germaanse ‘wurth’, dat
hoogte betekent. In de 15e eeuw lezen wij over Hogerwoerd: de Regulieren up ten Wuert woonde’. Allicht is
het voorvoegsel ‘hoge’ pas later toegevoegd. Hogerwoerd betekend dus ‘hoge hoogte’. Zo kan men de
Hogerwoerd dus zien als een soort terp, althans een hoger gelegen stuk grond, dat de bevolking enige
beschutting tegen het water bood. Want als vroeger de Velzerdijk over liep, kwam een groot deel van het land
van Schoten onder water te staan, tot aan Haarlem toe.

Van de geschiedenis van Hogerwoerd is niet zo veel bekend. Wij hebben gezien, dat in 1497 de erfpacht werd
afgekocht. Het schijnt dat rond 1400 de Regulieren kanunniken zich in Hogerwoerd hebben gevestigd.

Voor de rechtspraak viel Hogerwoerd onder Schoterbosch. Wel bezat de ban een eigen Regthuis, dat in later
jaren veranderde in een herberg en in 1801 werd afgebroken. Omstreeks 1840 bestond Hogerwoerd uit enige
verstrooid liggende woningen, waaronder ook het huis te Hogerwoerd.

Schoterbosch en Hogerwoerd hadden samen een schout (Daniël de Keijser) en drie schepenen (Cornelis Pieterszoon; Cornelis Engelsen en Adelbert Janssen).

Zuid Akendam

Zuid-Akendam grensde aan de vrijdom van Haarlem, Het Spaarne, de Hogerwoerd en de Delft. Hier stond een
rechthuis, dat tevens dienst deed als rechthuis van Noord-Akendam.

Allan schreef hierover en gaf de plaats aan waar het rechthuis stond.

….naast de bloemisterij Vruchtrijk van Th. Teeuwen en die beide
eerst onlangs gebouwde moderne woningen, ziet ge de Fabriek
van verduurzaamde levensmiddelen van HH.Zocher en Co.
Genoemde fabriek werd hier opgericht in 1864 en mag zich in
een gewenschten bloei verheugen. Rechts aan den weg, waar ge
nu die rei nette arbeiderswoningen ziet, staat een pand dat
vroeger het Oude Rechthuis van Zuid-Akendam (het is nu
grotendeels vertimmerd).

Het pandje is in de jaren tachtig van de vorige eeuw gesloopt
en op die plaats staat nu een tijdschriftenwinkel met de naam Oud-Schoten.

De naam Zuid-Akendam komt nog voor op de, naar mijn weten,
enige grenspaal die stond achter de woning (het achterom
poortje) Schotersingel 17. Op de paal staat de inscriptie: Zuid-
Akendam en aan de andere zijde staat Haarlem. Deze paal staat
nu achter het Schoter-rechthuis aan de Vergierdeweg.
Ook op de Schoterweg stond vroeger   zo’n paal, schuin
tegenover de Johan de Breukstraat. Op deze paal stond Zuid-
Akerendam.







TJ. W. R. De Haan, zeven heerlijkheden, 1965, blz. 9
In 1545  waren er volgens, de Informacie maar 6 heerlijkheden: Schoten, Akendam,
de canesie (=land dat onder een kapitel van kanunniken stond) ‘t Vlieland, Berkenrodes hofdtede, en den Bosch
Schout en Schepenen is in onze tijd Burgemeester en Wethouders
F. Allan, Geschiedenis en beschrijving van Haarlem, 1874, deel 1, blz. 325
In 1772 draagt mevrouw Josepha Gravinne Douariere van Merode geboren princesse van Rubempre, een stuk
wey of hooy laand over aan Juriaan Kok
Frans van Mieris, Groot Charterboek van Graven van Holland, 1753, 1V-de deel, blz. 294
Bij ‘Roosen mag men denken aan een oud woord roos, dat riet betekend en dat men ook vindt in Roosendaal
en Roosevelt
Dit was een watertje dat ‘de vrede moest bewaren’ een grensscheiding dus
Frans ven Geldorp, Geheten Willems hofstede, blz. 4
A. J. Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden, 1851
Informacie up den staet, van de steden en dorpen van Hollant ende Vrieslant in de jaere 1545
Register van Transporten en Hypotheken van 1662-1809, nr 7, Oud-archief van Schoten, maandag 14 juni 1784
Tegenwoordige Staat der Vreenigde Nederlanden. V111e deel, 1750
A. J. Van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1838-1844
Jammer dat het zeer oude pandje uit de 18e eeuw is gesloopt en ook dat het nieuwe pandje niet de naam kreeg van Zuid-Akendam
De laatste eigenaar heeft het pandje keurig opgeknapt. Boven de ingang stond Tolhuis van Zuid-Akendam 1921
Het was echter geen tolhuis maar een rechthuis
De heer E. Willemse uit Velserbroek vertelde dat in zijn jeugdtijd (geboren 1911) de paal er toen nog stond

Bron: Verdwenen maar niet vergeten, deel.1
          Theo Kooijman

          Zeven Heerlijkheden   
          Uit de geschiedenis van Oud-Schoten
          Onder redaktie van Dr. TJ. W. R. De Haan
                                       ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
Het Rechthuis van Zuid-Akendam
15
16
17
  1.
 2.

 3.
 4.
 5.

 6.
 7.

 8.
 9.
10.
11.
12.
13.
14.
15.
16.

17.
De zeven heerlijkheden