egrensd door het Spaarne en de Delft hebben tussen de Schotersingel en de Slaperdijk sinds eeuwen
De Schotenaren gewoond.
De betekenis van de naam “Schoten” is duidelijk. Kijk maar naar oude afbeeldingen, die laten zien hoe de
zandige duinweide alhier steevast met hout zijn afgeschoten, dan komt men er als vanzelf toe ‘op de
Schoten’ te verklaren als: met houten omheiningen afgeschoten kampen land. Overal in het Schoter
landschap vond men deze omheiningen en soms worden ze nadrukkelijk genoemd in de koopakten:
De ordinare Ry- of Heerenweg, naby de Hofstede Spaaren Rijk, zijnde het zelve met agterafdelen
omheind en van ouds geweest de Hofstede Het Huys te Schoten.
Zo’n afgeschoten stuk land heette schot of schoot. Echter is er nog een andere lezing over het ontstaan van
de naam Schoten.
Schoten en omliggende landen, de heerlijkheden, lag voor een deel op de strandwal. Deze strandwal werd
aan beide zijde begrensd door veen gebied. Aan deze ligging dankt Schoten (Schoot= hoek hoger land
uitspringend en moerassig terrein) haar naam.
Sommige geschiedschrijvers maken de veronderstelling, dat het dorp zijn naam ontleend heeft aan het adellijk
geslacht “Van Schoten,” dat zich in Haarlem en omgeving had neergezet. Maar de mogelijkheid lijkt mij niet
uitgesloten, dat het omgekeerde waar is, n.l. dat de ridders “Van Schoten” hun naam te danken hebben aan
het dorp van dezelfde naam.
De dorpsnaam is al zeer oud. In een lijst van goederen van de Utrechtse kerk uit 866 leest men (vertaald):
De Visscherye die Gerulfus heeft inde uyterst deelen der Riviere van den Ryn, het seste deel hoordt aan
Sint Maaeten (kerk). In SCATA twee mansi.
Dit ‘Scata’ achtte Wilhelmus Heda, proost van Arnhem, het dorp Schoten. Ook Van Oosten de Bruyn
maakt melding van de ‘Bona et immunitates Ecclesarium Trajectensis’, goederen en bezittingen van de
Utrechtse kerken:
In Lethem (Leiden) totum et ad integrum Sancti Martini, cum sylvis et omnibus adjacentis similiter
Axmeri SCOTA totum Sancti Martini.
Moeten wij ook bij dit ‘Scota’ denken aan het dorp Schoten? Maar hoe zit het dan met het raadselachtige
Axmeri? Heeft Ax(e)meri met Akendam te maken?
Stellig is Schoten echter nog vroeger bewoond geweest dan het jaar 866. Wij stippen dit even aan, omdat bij opgravingen in 1959 her en der in Haarlem-Noord is aangetoond, dat daar in de eerste of tweede eeuw van
onze jaartelling reeds een nederzetting moet zijn geweest.
Waar thans druk gewerkt wordt aan het toekomstige Delftplein ten behoeve van het Velsertunnel-snelverkeer daar was in de eerste eeuwen na onze jaartelling een welvarende Kaninefaten-nederzetting.
Aan oplettendheid van grondwerker Duyn is te danken dat de heer Wieland Los weet kreeg van hetgeen
er onder de kleilaag bij het Delftplein verborgen is: de resten van een grote herenhofstede uit de eerste
eeuwen na Christus, waar een rijke landheer gewoond moet hebben met talrijke onderhorigen.
De kleilaag, die thans zorgvuldig weggegraven is, dateert eerst uit de Middeleeuwen. Er onder bevindt
zich het diluviale zand, waarin duidelijk de funderingen van oude nederzetting afgetekend zijn.
De heer Wieland Los heeft moeten concluderen dat er vrijwel onafgebroken mensen gewoond moeten
hebben op of vlak bij de plaats van zijn recente vondsten. Anders was er wel bos ontstaan, maar daarvan
heeft hij geen resten kunnen vinden.
Op een oppervlak van vijfentwintig bij veertig meter ziet men op verschillende plaatsen dikke zwarte
stroken in het geelachtige harde zand. Die donkere plekken zijn de resten van de balken, die destijds als
fundering voor de muren in de grond werden gelegd. De oude Germanen gebruikten daartoe opzettelijk
enigszins verkoold hout, om verrotting in de vochtige bodem tegen te gaan.
De heer Wieland Los had nog een indicatie aan de vondst van grondwerker Duyn, die een vroeg
Romeinse scherf bleek te hebben aangetroffen uit de eerste of tweede eeuw na onze jaartelling.
Keren wij terug naar de geschreven geschiedenis. Uit die alleroudste tijden is ons bijna niets overgeleverd van
de historie van het dorp. Een volgende keer dat men de naam tegenkomt is in 1162 als ‘Scotan’. Omstreeks
diezelfde tijd ziet men dan melding gemaakt van het adellijk geslacht van Schoten, met name Dirk van
Schoten, die als schildknaap onder de Hollandse edelen voorkomt.
Het aanzienlijk geslacht van Schoten, waarvan verschillende telgen gewichtige ambten hebben bekleed, is in
het laatst van de 16 eeuw uitgestorven met Gerrit van Schoten, zoon van Jan van Schoten en Cornelia van
Egmond. Hun kasteel zou hebben gestaan op de hoek van de Rijksstraatweg en de Jan Gijzenkade, daar
waar eens een filiaal van De Gruyter & Zoon was. Nu makelaar Houtgraaf.
Hendrik Soeteboom, Saanlantsche Arcadia, 1658, blz. 347
Mr. G. W. Van Oosten de Bruin, De stad Haarlem en hare geschiedenis, 1765, deel 1. Blz. 19
Nieuwe Haarlemse Courant van woensdag 22 juli 1959
2006
Bron: Verdwenen maar niet vergeten. Deel.1
Theo Kooijman
Zeven heerlijkheden
Uit de geschiedenis van Oud-Schoten
Onder redaktie van Dr. TJ. W. R. De Haan