______________________________________________________________________________________________________

St Bavostraat
RB Schoten 23 april 1925, nr 42.
Sint Bavo is de schutspatroon van Haarlem.
Hij zou de stad in het midden van de 13de eeuw door zijn verschijnen in de wolken verlost
hebben van vijandige belegeraars.
Ook enkele naburige rooms-katholieke parochies, zoals Berckenrode en Schoten, hadden
St Bavo als schutspatroon aangenomen.
Vergierdeweg
RB Schoten 23 april 1925, nr 42: het Schoollaantje (naar de school die in het oude rechthuis
was ondergebracht) wordt ook vergierdeweg.
De Vergierdeweg (kaart 1805) of Verkeerdeweg (kaart 1610-1615, 1794) was de naam van
de ombuiging van de oude Schoterweg, toen hoofdweg naar Alkmaar, ten noorden van de
Jan Gijzenvaart naar Santpoort.
Beide namen betekenen vermoedelijk hetzelfde. In ‘vergierd’ zit het werkwoord gieren:
‘in schuine richting lopen’; verkeren kan in het middel-nederlands betekenen ‘zich wenden
(keren)’ en ‘verkeerd’ heeft dus niet de huidige, ongunstige betekenis van ‘foutief’.
Onder de regering van koning Willem 1 is door verbinding van de oude hoofdweg met het
Santpoortervoetpad  de tegenwoordige Rijksstraatweg ontstaan. De naam Vergierdeweg
ging toen over op het laatste stuk van de voormalige hoofdweg, die o.a. op kaart 1610-1615
nog staat aangeduid als buurtweg.
In 1925 werd ook het
schoollaantje bij deze Vergierdeweg getrokken.
Bron:
De straat waarin wij wonen.
G.H.Kurtz en J.J.Temminck
Schuyt & co.
Jan Gijzenkade,
RB Schoten 23 april 1925, nr. 42 als Jan Gijzenlaan (stuk ten zuiden van Jan Gijzenvaart)
Voorheen Arthur van Schendelkade. Dit is de kade langs de Jan Gijzenvaart, die genoemd
is naar Jan Gijzen.  Deze kreeg in 1537 van Reinout van Brederode land onder Aelbertsberg
en Velsen in erfpacht en toestemming om dit land door een vaart te verbinden met zijn
bezitting aan het Spaarne.Op een kaart uit 1590 komt deze Jan Ghysenvaert voor.
In 1548 wordt gesproken van de “vaert van Jan Ghijsbrechtszoon”.
De Jan Gijzenvaart kreeg later betekenis als afwateringskanaal en is dat nu nog.
Schotervlielandstraat.
B&W 28 februari 1938.
De ambachtsheerlijkheid Schotervlieland was een der zeven heerlijkheden waaruit de Gemeente
Schoten is ontstaan. De naam Schotervlieland is waarschijnlijk afgeleid van de Schotervliet, de
noordelijke verbinding tussen Delft en Spaarne.

Sillemstraat
RB Schoten,l 18 januari 1923, nr 4 (als van Sillemstraat), RB 15 april 1951, nr.10.
Een Amsterdams bankier, Jérome of Hiëronymus Sillem 1768-1833, kocht in 1812 de Schotense
buitenplaats “Spaarnhoven” en liet deze in 1823 verbouwen. De aanleg van het park geschiedde
door de tuinbouwkundige J.D. Zocher. “Spaarnhoven” kreeg in de wandeling de naam “de plaats
van Sillem”
Spaarnhovenstraat
RB Schoten 5 september 1922. Nr. 81; RB 9 oktober 1929, nr. 31.
De hofstede “Spaarnhove” lag in Schoten tussen Rijksstraatweg en het Spaarne, ten zuiden
van de Jan Gijzenvaart. In de 19e eeuw was de familie Sillem eigenaar. In 1861 vonden ter
gelegenheid van de Nijverheidstentoonstelling in Haarlem grote tentoonstellingsfeesten plaats
op het terrein van deze buitenplaats. In Allans tijd (1877) was van de buitenplaats nog slechts
een boerenwoning over. De van Nesstraat tussen Rijksstraatweg en Middenweg heeft
aanvankelijk Spaarnhovenstraat geheten.
Overtonstraat.
RB Schoten 17 juni 1913, nr. 81.
De adellijke huizinge “Overton” ontleende haar naam aan de ton (een baken) in het Spaarne,
die daar tegenover lag. Later was “Overton” een aanzienlijke buitenplaats; ten tijde van Allan
behoorde deze aan de erven van mr. H.J. Koenen. In de zuidpunt van het bijbehorende bos
lag, ten noorden van “Zaanen”, de boerderij “Zuid-Overton”.
Ten tijde van het beleg (1572-1573) was dit een hofstede, die toebehoorde aan de Haarlemse
burgemeester Nicolaas van der Laan. De Graaf van Bossu was tijdens dit beleg op
“Zuid-Overton” gelegerd.
Zaannenlaan
RB Schoten 16 mei 1918, nr. 48.
Zaanen was een der zeven ambachtsheerlijkheden waaruit de gemeente Schoten is ontstaan.
Het “Huis te Zaanen”, tegenwoordig gelegen in het Zaanenpark, was het huis van de ambachts-
heer. De heren van Zaanen heetten oorspronkelijk de heren van Zaenden en waren uit de Zaan-
streek afkomstig. Wllem van Zaenden was van zijn heerlijkheid vervallen verklaard wegens zijn
deelname aan de moord op Floris V (1296). Toen zijn nakomelingen hun goederen later weer
terug kregen bouwden zij een nieuw kasteel aan de grens van hun vroegere gebied aan de
Vredesloot (de Delft). Het werd in de 17e eeuw verwoest, vermoedelijk door blikseminslag.
Daarna werd het tegenwoordige huis gebouwd, dat in 1923 aan de gemeente Schoten werd
verkocht en in 1927 door de annexatie overging aan de gemeente Haarlem.
Spaansevaartstraat
RB Schoten 19 december 1905.
Het Spaansevaartje was een deel van de oude Heussensevaart, dat door de Spaanse
soldaten tijdens het beleg van Haarlem (1572-1573) verbreed en uitgediept werd. Zo
konden de schepen uit het Spaarne lossen in de buurt van het “Huis ter Kleef”, het
hoofdkwartier van de Spaanse opperbevelhebber Don Frederik de Toledo. Mogelijk was
ook drainage van het land rondom het “Huis ter Kleef” doel van deze verbetering van
de vaart. Bij RB Schoten 30 maart 1905 werd besloten het Spaansevaartje te dempen; een
restant is terug te vinden in de waterpartij op de Algemene begraafplaats.
Hogerwoerdstraat
RB Schoten 19 december 1905 als Hoogerwoerdstraat, voorheen Schotervoetpad.
Hoogerwoerd was een van de zeven ambachtsheerlijkheden waaruit de gemeente Schoten
is ontstaan. Op de plaats van de “adellijke huizinge” is later een boerderij van die naam
gekomen. Hierin heeft de dichter Pieter Vlaming 1686-1734, gewoond; hij is er ook
gestorven. In “De dichtslievende uitspanningen” van J.B. Wellekens en P. Vlaming
komt van de hand van de laatste een gedicht op “Hogerwoert” voor.
Kweektuinstraat
RB Schoten 21 mei 1926, nr. 79, voorheen Akendamstraat.
Deze straat loopt achter de stadskweektuin. Hoewel dit het verlengde was van de
Akendamstraat in Schoten, hebben B&W afgezien van deze naam na protesten van een
aantal eigenaren en bewoners van panden in deze straat wegens de “griezelige gedachten”
(Akendam was begraafplaats geworden) die de naam opriep. De gemeente Schoten
veranderde daarop de naam Akendamstraat ook in Kweektuinstraat.
Akendamstraat
RB Schoten 30 oktober 1925 (aanvankelijk voorstel Zuid-Akendamstraat, echter
genoemd Kweektuinstraat, daarna omgedoopt tot Akendamstraat.
Noord- en Zuid Akendam behoorden tot de zeven ambachtsheerlijkheden, waaruit de
gemeente Schoten is ontstaan. Er was ook een buitenplaats “Zuid Akendam”, op de
hoek van de Kleverlaan en de weg naar Alkmaar (thans Schoterweg), welke in 1828 door
de stad Haarlem is aangekocht van de toenmalige eigenaar J.D. Zocher. Het terrein van
deze buitenplaats -de laatste restanten die bij het huis behoord hebben, zijn ca. 1928
afgebroken - is aangelegd tot Algemene Begraafplaats, waarop de eerste begraving in
1832 plaatsvond. De naam was oorspronkelijk Adijkendam. De adijk was een dijk langs
het water (A of Ee of Ije), in dit geval het Spaarne, die ongeveer ter plaatse van de
tegenwoordige Schoterweg-Rijksstraatweg zou hebben gelegen. De dijk was vermoedelijk
niet meer dan en zomerkade en de heerlijkheden van Noord- en Zuid Akendam lagen aan
de uiteinden van deze dijk. In 1929 is men blijkbaar over de bezwaren heengestapt die
men in 1926 tegen de naam had.
Schoterveenstraat
RB Schoten 27 mei 1920, nr. 64.
De Schoterveenpolder is de uit begin 17e eeuw daterende polder in de vroegere
gemeente Schoten; hij werd begrensd door Delft, Garenkokersvaart, Stadssingel,
Middenweg en Jan Gijzenvaart. Bij de Heussenstraat staat nog de zeer oude molen die
de polder droog maalde. Het weiland daar en de molenaarswoning zijn de laatste restanten
van deze polder.
Kloosterstraat
RB Schoten 9 oktober 1901.
De buitenplaats “Het Klooster” in Schoten is aan het begin van de 18e eeuw gebouwd
door Paulus Loot, heer van Zandvoort, op he terrein waar voor 1581 het klooster der
Regulieren had gestaan. Het herenhuis lag recht tegenover de Kleverlaan, het bijbehorende
grondgebied, bestaande uit park met vijvers en weiland, strekte zich uit tot aan het
Spaarne. Het is in de tweede helft van de 18e eeuw en de eerste helft van de 19e eeuw
eigendom geweest van de familie Barnaart, daarna van J.J. Korthals. Rond 1900 kwam het
in handen van de Binnenlandse Exploitatie maatschappij van Onroerende Goederen, die
het terrein heeft volgebouwd met de straten van de Transvaalbuurt.